09-10-08

De Nieuwe Stad Oostende

In de Oostendse volksmond wordt de wijk “de Apenplaneet” genoemd. De Nieuwe Stad telt 712 appartementen en zowat 1200 inwoners. De wijk kent een sterke aanwezigheid van ouderen, meer dan 40% van de inwoners is ouder dan 60 jaar. Daarnaast is er de laatste jaren een hand over hand toenemende instroom van allochtonen. In deze wijk werken opbouwwerk en shm zeer goed samen. We praatten over één en ander met Vanessa Vens (directeur van de Oostendse Haard) en opbouwwerker Filip Loobuyck (Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen).

Hoe is het begonnen?

Vanessa: Ik ben met Samenlevingsopbouw gaan praten nadat ik onze wachtlijsten eens goed bestudeerd had, ik zag daar steeds meer kwetsbare gezinnen op staan. De Nieuwe Stad geldt al als één van de meest kwetsbare wijken in Oostende. De sociale mix van vooral oudere Oostendenaren met een steeds toenemend aantal van allochtone gezinnen, verdiende mijns inziens bijzondere aandacht.

Hoe begin je als opbouwwerker aan zo’n job?

Filip: Via een bewonersbevraging heb ik de problemen en de potenties van de wijk in kaart gebracht. Begin 2006 ging het leefbaarheidsproject ‘Nieuw Leven in de Nieuwe Stad’ in samenwerking met de shm’s De Gelukkige Haard en de Oostendse Haard concreet van start. Onder deze slogan zet Samenlevingsopbouw van 2006 tot eind 2008 samen met de bewoners acties op om het samenleven en de leefbaarheid in de wijk te verbeteren. Daarnaast wil Samenlevingsopbouw ook komen tot een betere communicatie tussen de shm’s en de huurders. Daarbij maken we maximaal gebruik van reeds beproefde methodes zoals participatie en empowerment.

Hoe waren de eerste reacties?

Filip: Vanwege de bewoners kregen we al snel positieve reacties en medewerking. De bevraging leverde ons natuurlijk een zeer nuttig instrument op om de bewoners vrij snel positief te stemmen. Nadat de bevraging verwerkt was, werd een wijkvergadering georganiseerd waar aan de mensen gevraagd werd om prioriteiten te bepalen. Dit heeft geleid tot een driesporenbeleid: verbetering van de woonomgeving en de netheid, de communicatie tussen de huurders en de shm’s en tenslotte samenleven in diversiteit.

Is zo’n bevraging voor een shm niet pijnlijk confronterend als blijkt dat er een probleem is in de communicatie met de huurders?

Vanessa: Ik heb daar geen probleem mee. Als je als organisatie wil verbeteren, dan moet je de zwakke punten kennen. Uiteindelijk is zo’n bevraging de eerste opstap naar een verbeterde werking.

Filip: Uiteindelijk bleek dat de mensen hier eigenlijk heel tevreden bewoners waren, er waren wel zaken waar men zich aan ergerde. De bevraging sloot af met de vraag wat naar de toekomst toe de grootste bekommernis was. Daaruit kwamen duidelijk twee punten naar voren: ten eerste wilde men niet dat er nog bijgebouwd werd en ten tweede was men bang voor een massale instroom van allochtonen. Men was bang dat de Nieuwe Stad zou verworden tot een soort ghetto.

Vanessa: Ik herinner mij nog dat ik op één van de eerste bewonersvergaderingen heel open gesproken heb over het toewijzingsbeleid van de Oostendse Haard. Het is namelijk zo dat heel wat van de oorspronkelijke bewoners hun toewijzing te danken  hebben aan politieke tussenkomsten. Dat ging 30 jaar geleden nu eenmaal zo. Uiteraard denken net die mensen dat dat nu nog altijd zo is en dat de Oostendse Haard er als het ware voor “kiest” om steeds meer toe te wijzen aan allochtone gezinnen. Ik heb dan met handen en voeten moeten uitleggen dat wie bovenaan een wachtlijst staat, ook een woning toegewezen krijgt. Daarbij maakt het niet uit of het om allochtone mensen, Antwerpenaren of Oostendaren gaat. Het heeft mij behoorlijk wat moeite gekost om dat uit te leggen.

Filip: Ik probeer dan ook van mijn kant uit te leggen dat er gewoonweg veel allochtone gezinnen op de wachtlijst staan en dat er dus in de toekomst ook veel zal worden toegewezen aan allochtone gezinnen, of de oorspronkelijke bewoners dat nu graag zien of niet. Je moet de mensen op dat gebied dan ook duidelijk zeggen waar het op staat, ook al betreft het een boodschap die niet echt populair is. Dat er “slechts” 12% mensen van allochtone gezinnen in de wijk wonen, daar hebben die oudere bewoners absoluut geen boodschap aan. Zij hebben dertig jaar lang gewoond in een monoculturele wijk en zien er tegen op om zich op hun oude dag te gaan aanpassen aan mensen die uit exotische aandoende culturen komen. Als opbouwwerk hebben wij een paar initiatieven ontwikkeld die mensen de kans geven om van vreemde culturen te proeven. Dit met de bedoeling het wederzijds begrip te vergroten.

Kan je daar wat voorbeelden van geven?

Filip: Vorig jaar hebben we een dessertenhappening georganiseerd. Ik ben gaan praten met een aantal gezinnen van diverse afkomst, maar ook Vlaamse. Er is hun gevraagd om een dessert te bereiden dat typisch is voor hun land van herkomst. Dat dessert kon dan in het wijkrestaurant genuttigd worden door alle bewoners die daar zin in hadden. Daar zijn 200 wijkbewoners op af gekomen en zo ontstaan er dan wederzijdse contacten die langzaam maar zeker het begrip vergroten. Als ik dan zie dat een paar dagen daarna een Oostendse bewoonster aan de bushalte staat te kletsen met een buurvrouw uit de Dominicaanse republiek, dan mag ik vast stellen dat dergelijke initiatieven zinvol zijn. Dat is een belangrijke eerste stap voor de leefbaarheid in de Nieuwe Stad.

Jullie doen ook nogal wat met cultuur in deze wijk, zo vond hier in het kader van Theater aan Zee het project Stabilisé plaats.

Vanessa: Theater aan Zee is een gerenommeerd festival. Maar het project in de Nieuwe Stad was eigenlijk het eerste dat plaats vond in een woonwijk. Het stadsbestuur wilde graag een project in een woonwijk zien en uiteindelijk werd er geopteerd voor de Nieuwe Stad.

Filip: Dat is uitgegroeid tot een tiendaags cultureel volksfeest voor en door de wijkbewoners van de Nieuwe Stad. We hebben onder andere postkaarten gemaakt die naar alle andere Oostendenaren gestuurd werden. Het waren postkaarten met mensen van de wijk als sterren. Gewoon al die foto-shoot, daar wordt nu nog over gepraat. Dat heeft heel wat betekent voor de eigenwaarde van de buurtbewoners. Daarnaast werden er nog allerlei evenementen georganiseerd. Gedurende de 3 weken bezetten de mensen van het extravagante collectief cirQ vzw het centrale plein in de wijk. Het Cardijnplein werd omgetoverd tot een leuke ontmoetingsplaats met caravans, terras, podium en dansvloer. Meteen het centrale punt voor tal van projecten met en voor de bewoners. 

Vanessa: Zo werd er een reuzengroot decor geschilderd van de Oostendse dijk met zee en strand. Hieraan werkten 40 mensen uit de buurt mee. Op het dak boven op de 13de verdieping van één van de appartementen werden hoofdkussenslopen met daarop zinnen uit straffe verhalen van de buurtbewoners ‘uitgehangen’. Buurtbewoners traden op als gids bij rondleidingen en zij brachten hun, soms emotionele, verhalen. Er werd ook een ganggalerij opgezet met zelfgemaakte kunstwerken van buurtbewoners in een lege hal van één van de appartementsblokken. Daarnaast was er ook nog een hondenpretpark en werd er een race-wedstrijd gehouden voor elektrische rolstoelen: Stabilisé koerse.

Filip: In totaal werkten meer dan 60 wijkbewoners op één of andere manier aan het festival mee. Vrijwilligers die de bar, catering, gidsbeurten, onthaal, opkuis,…verzorgden. Daarbovenop werden er iedere dag hapjes klaar gemaakt door de buurtbewoners, die op het terras geserveerd werden. Van Oezbeekse taart tot Congolese vispapillotten, van Nigeriaanse gefrituurde bananen tot Belgische appelbeignets. Zo proefde iedereen die het wenste van een andere onbekende specialiteit. Vreemden van elkaar werden plotseling buren. Ook het hondenpretpark was minder gek bedoeld dan men zou denken. Er werd er een receptie voor honden georganiseerd waarop symbolisch de laatste hondendrol begraven werd. Daarbij was de Dodenfanfare aanwezig om voor de muzikale omlijsting. Eén en ander was zeer geschift van opzet, maar het heeft hondenbezitters en andere wijkbewoners dichter bij elkaar gebracht.

Je gaat het hierbij niet laten heb ik begrepen, Filip.

Filip: Het aanwenden van de sociaal-artistieke methodiek om iets los te werken zal ook na Stabilisé verder gezet worden. Het vertrekken vanuit de potenties en talenten van de bewoners is hierbij de sleutel tot succes. De nadruk zal komen te liggen op een nieuw sociaal-artistiek project: “Uut mien hérte”. Insteek hierbij zijn belangrijke datums en gebeurtenissen uit het leven van wijkbewoners. Met dit materiaal worden dan verschillende sociale én artistieke projecten opgezet: een documentaire, een publicatie, werk in openbare ruimte, foto’s en een soort wijkkrantje. Het sluitstuk van dit alles zal een theaterproductie zijn met wijkbewoners op de planken. Daarmee zullen we in de loop van het voorjaar 2009 op tournee trekken. Dit alles in samenwerking met toch wel gerenommeerde kunstenaars zoals Geertui Daem, die de theaterproductie zal regisseren en Rik Delrue, die de getuigenissen van de wijkbewoners verzameld.

Vanessa: Ik voel mij verplicht hierbij een belangrijke kanttekening te maken. Dergelijke projecten kosten geld en zijn enkel mogelijk door sponsoring. Voor “Uut mien hérte” is er inbreng door de Cultuurdienst van de stad Oostende, de Nationale Loterij  en Hart voor West-Vlaanderen. Als shm kunnen wij logistieke ondersteuning bieden, maar meer ook niet. Ons geld is immers afkomstig van de bewoners zelf, en we zijn het aan hun verplicht om daarmee toch zuinig om te springen.

Wat hebben jullie daarnaast nog bereikt met de wijkwerking?

Filip: We merkten al snel dat we de jongeren van de leeftijd van 8 tot 12 in de wijk moeilijker bereiken. Daarom hebben we een circusproject opgezet in samenwerking met Circusatelier. We hebben gedurende een tiental woensdagnamiddagen circusworkshops opgezet en dan hebben de jongeren een optreden kunnen geven in de wijk zelf. We hebben gemerkt dat dit heel erg aanslaat. Daarbij moet je wel enige moeite doen om die groepen te bereiken. Het volstaat niet om flyers uit te delen. Ik heb de mogelijkheid om zelf zeer laagdrempelig te werken en die jongeren rechtstreeks aan te porren om te komen via huisbezoeken. Om dergelijke projecten te doen slagen helpt enig doorzettingsvermogen wel.

Hoe moet het nu verder in de toekomst?

Filip: Mijn opdracht loopt tot eind 2008. Over het vervolg bestaat nog niet veel duidelijkheid. Zoals zo vaak is het een kwestie van financiële middelen. Ik ben van mening dat mijn werk hier nog niet af is. Zo zou ik iets willen doen rond een buurtmoestuin in de wijk. Dit zou kunnen uitgroeien tot een markt waar de mensen hun groenten kunnen verkopen of bijvoorbeeld soep zouden kunnen maken.

Vanessa: Wij zijn alleszins zeer sterk vragende partij om dit project verder te zetten. Filip heeft al heel wat positieve dingen gerealiseerd in de Nieuwe Stad en de wijk heeft ook echt nood aan iemand als Filip.

 

08:41 Gepost door een Oohstende voor bewoners, bedrijven en bezoekers in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Commentaren

Veel bla bla, de mensen zijn helemaal niet zo tevreden, de betonnen torens op de nieuwe stad zijn aan grondige renovatie toe en met wat ik vernam zijn er gevaarlijke situaties hangende, besparingen op de veiligheid van minder bedeelden, onveilige liften, betonrot, volledig verloederde gebouwen met mensen die zodanig aan hun lot zijn overgelaten dat velen er de brui aan geven, ook mensen die het beu zijn en die zelf vertrekken om terug te keren naar particulier, het bedrog met de masser / verwarming en warm water facturatie, een buurt rijp voor de sloop, de Oostendse Haard doet het beter dat is waar, de rest leeft in gevaarlijke grotten.

Gepost door: Jos Vanloo | 26-05-14

Er is hier inderdaad een volkstuin, verder zijn alle beloofde zaken gewoon verdwenen, wij hebben nood aan een goede sociale werking, maar ook dat gaat niet wegens te weinig slagkracht.

Gepost door: Nadine deroo | 26-05-14

Helaas, de SP.A is zijn kiezers vergeten.
Goed bezig.

Gepost door: Karim | 26-05-14

De commentaren zijn gesloten.