03-10-12

bevoegdheid alternatieve straffen

 

In het kader van het Globaal Plan subsidieert de Federale Overheidsdienst Justitie drie projecten Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen.  Het stadsbestuur ontvangt een forfaitaire vergoeding voor de aanwerving van personeel met het oog op de begeleiding van een aantal alternatieve gerechtelijke maatregelen.  Het stadsbestuur  neemt de werkingskosten voor de projecten volledig ten laste.

Dienstverleningsproject en werkstraffen:

-          Dienstverlening: de delinquent verricht een prestatie en werkt ten gunste van de gemeenschap.  Dienstverlening wordt opgevat:

·         Hetzij als voorwaarde voor het verval van de strafvordering (bemiddeling in strafzaken)

·         Hetzij als probatievoorwaarde die samengaat met de opschorting van de uitspraak van een veroordeling of het uitstel van tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf.

-          Werkstraf: ook hier verricht de delinquent een prestatie en werkt ten gunste van de gemeenschap MAAR is een volwaardige straf die autonoom kan worden uitgesproken en niet afhankelijk is van een gerechtelijke procedure.

De dispatchers (Dana Decerf, voltijds en Sarah Dumoulin, halftijds) zijn verantwoordelijk voor de opstart, de opvolging, bijsturing en beëindiging van individuele werkstrafdossiers.  Zij houden een uitgebreid intake gesprek met de cliënt/werkgestrafte en zoeken een geschikte werkplaats in samenwerking en in overleg met de cliënt en de justitieassistent.

Zij zorgen voor de introductie van de cliënt op de werkvloer, volgen de werkstraf, evalueren en rapporteren aan de justitieassistenten.

De dispatchers zijn eveneens verantwoordelijk voor de contacten met de werkplaatsen en doen prospectie naar nieuwe werkplaatsen. 

De dispatchers werken actief mee aan een beleid dat gericht is op continue verbetering van kwaliteit, dienstbaarheid en communicatie. Zij nemen actief deel aan werkgroepen en stuurgroepen om de inhoud en de organisatie van het project kwalitatief te bewaken en bij te sturen waar nodig.

Werkvloerproject:

Het werkvloerproject is een mobiel project, opgestart op 01.01.2010, dat als vangnet dient voor werkgestraften die niet terecht kunnen in de reguliere werkplaatsen vanwege hun lang criminogeen verleden en de lage arbeidsattitude.  Er zijn immers grenzen aan de mate waarin vrijwillige prestatieplaatsen zich kunnen openstellen om die meer marginale groep mensen tewerk te stellen.  Bovendien worden diezelfde plaatsen die vrijwillig meewerken overstelpt door andere statuten : mensen uit beschutte werkplaatsen, art.60 ocmw-wetgeving waardoor er vaak niet veel plaats meer is voor de werkgestraften.  Een tweede moeilijk plaatsbaren zijn die mensen die tijdens de week een job uitoefenen en hun werkstraf dus in het weekend moeten doen.  Ook voor die mensen is de uitvoering van de werkstraf geen evidente zaak.  Plaatsen die bereid zijn tijdens het weekend werkgestraften tewerk te stellen worden vaak overbevraagd en dreigen op termijn af te haken.

Het werkvloerproject heeft tot doel alle partijen te ontlasten:

-          De cliënt geniet bijkomende ondersteuning en ziet zo zijn kans op welslagen van de werkstraf verhoogd

-          De vrijwillige prestatieplaatsen worden in het weekend minder bevraagd en kunnen de meer ‘sociaal-vaardige’ werkgestraften tewerk stellen

-          Het justitiehuis en de dispatchers moeten minder tijd spenderen aan ondersteuning van zowel de vrijwillige prestatieplaats als de cliënt en zodoende de overige kandidaat-werkgestraften vlotter tewerk stellen.

De werkvloerbegeleider  gaat samen met de werkgestrafte aan de slag.

De werkvloerbegeleider , Jonas Boeykens (voltijds), is gedetacheerd naar de Groep Intro vzw.  Het project wordt vanuit de Groep Intro vzw gecoördineerd, dit vanwege hun deskundigheid op het vlak van omgaan met kansengroepen , het aanleren van sociale vaardigheden en arbeidsattitude.

Vormingsproject:

Dit project wordt eveneens gecoördineerd door de Groep Intro vzw, de vormingswerker (Tania Gevaert, halftijds) is gedetacheerd naar de Groep Intro vzw.

Doel van het project: delinquenten inzicht geven in hun situatie, hun gedrag en persoonlijkheid en ze aansluitend sociale vaardigheden aanleren.  Er wordt op zoek gegaan naar gedragsalternatieven.

Het project omvat:

-          Groepsvorming: hier wordt gewerkt rond thema’s: man zijn, geweld in partnerrelaties, omgaan met gevoelens, wat is geweld,…

-          Individuele vorming: hier wordt stilgestaan bij de eigen situatie, voortbouwend op de informatie die beschikbaar wordt gesteld vanuit het dossier en van de deelnemer.

Het betreft dikwijls zware en complexe dossiers met knelpunten op verschillende levensdomeinen. 

De grote sterkte van dit project zit hem in het feit dat de deelnemer ervaart dat er naar hem/haar geluisterd wordt.  Er wordt zeer laagdrempelig gewerkt: geen wachttijd voor Intrafamiliaal geweld, individuele afspraken worden aangepast aan het werkschema van de cliënt, open en niet beschuldigende houding, er wordt gestreefd naar een actieve houding van de cliënt in het zoeken naar constructieve oplossingen.

Vraag naar uitbreiding Werkvloerproject en Vormingsproject:

Werkvloerproject:

Het werkvloerproject is zeer succesvol: het feit dat de werkgestraften vooral tijdens het weekend onder een quasi individuele begeleiding hun werkstraf kunnen uitvoeren blijkt een succesformule te zijn.  Anderzijds is de inzet en professionele begeleiding door de werkvloerbegeleider een belangrijke factor in het realiseren van het project.  Naast de individuele begeleiding van de werkgestrafte moet de werkvloerbegeleider ook een aantal andere, niet onbelangrijke taken opnemen: enerzijds is er het onvermijdelijke administratieve luik maar anderzijds en zeker niet te onderschatten is de prospectie en opvolging van de werkplaatsen.  De tijd die de werkvloerbegeleider besteedt aan deze laatste taken is ten koste van de tijd die hij kan besteden aan individuele begeleiding;  Door het succes van het project wordt de kloof tussen beide steeds groter.

Knelpunten werkvloerproject:

-          Te weinig werkgestraften kunnen tijdens het weekend aan de slag

-          De werkgestraften kunnen niet binnen de gestelde termijn hun aantal uur werkstraf uitvoeren

-          Wegens gebrek aan individuele begeleiding haken bestaande werkplaatsen af

-          Indien werkvloerbegeleider niet aanwezig is door opleiding, vergadering, coördinatie, prospectie,… kan er geen werkstraf uitgevoerd worden

-          Er is te weinig tijd voor prospectie van nieuwe werkplaatsen en opvolging van bestaande.

Het Justitiehuis Brugge vraagt een uitbreiding van het project met een VTE op B-niveau.  De evaluatie-en opvolgingscommissie gaf positief advies.  Ook de stad Oostende wil het engagement aangaan om de werkingskosten op zich te nemen

Het Vormingsproject:

Ook dit project  breekt uit zijn voegen.  De norm , opgelegd door FOD Justitie (cfr.Globaal Plan) voor een halftijdse functie = 200 uren.  Reeds verschillende jaren overschrijdt de vormingswerker dit aantal ruimschoots (2010: 667 uren).

Het succes van de formulie is dus ook een knelpunt:

-          Er is geen of weinig tijd voor individuele begeleiding

-          Overuren blijven zich opstapelen

-          Kwaliteit komt in gevaar.

Bijkomend knelpunt is dat het aantal dossier Intrafamiliaal geweld aangroeit, in 2009 waren dat er nog 34, in 2010 reeds 55. 

Voor beide projecten vraagt het Justitiehuis Brugge een uitbreiding: voor het werkvloerproject met een voltijds equivalent op B-niveau, voor het vormingsproject met een haltijds equivalent op B-niveau.  De evaluatie-en opvolgingscommissie gaf positief advies en ook het stadsbestuur wil het engagement aangaan om de werkingskosten van deze uitbreiding op zich te nemen.

Evaluatie van de projecten:

Jaarlijks worden de projecten geëvalueerd.  Hiervoor moet een jaarverslag worden overgemaakt aan de coördinator AGM in het Justitiehuis.

Om de evaluerende instanties (evaluatie-en opvolgingscommissie, voorgezeten door de Procureur des Konings, houdt zitting en verzamelt gegevens, Minister van Justitie geeft uiteindelijke goedkeuring)een voldoende breed beeld te geven moet het kwalitatieve luik (knelpunten, succesfactoren,…) zo volledig mogelijk zijn.

CIJFERS

2009:

-          Werkstraf-en dienstverleningsproject: 105 behandelde dossiers (een stijging ivgl. 2008 met 7 dossiers) .  Totaal uur werkstraf gepresteerd= 7092 uur.  Er komen steeds meer werkstraffen van 300 uur en meer voor.  Werkplaatsen die veel gebruikt worden zijn die plaatsten die makkelijk bereikbaar zijn omdat ze zich in het centrum van Oostende bevinden en tevens flexibel zijn naar uurregeling.  Het gaat hier over 12 stedelijke diensten, 11 vzw’s en 4 diensten van het Sociaal Huis.

-          Vormingsproject: 35 verwerkte dossiers, totaal aantal uren=362.  In 2009 werden 7 dossiers met kwalificatie Intrafamiliaal geweld aangemeld.  Knelpunt hier is dat elk dossier zwaar genoemd kan worden op basis van de gepleegde feiten en de duurtijd van het geweld.  Een leerstraf is een opgelegde maatregel die beperkt is in tijd.  Er is momenteel geen mogelijkheid om de cliënten, op eigen vraag, door te verwijzen.  Probleem is eveneens dat binnen een justitieel project men enkel mag werken met de dader, de partner blijft er buiten.  Bij deze cliënten is de complexiteit van problemen haast nog meer aanwezig dan bij andere justitiecliënten.  Er is sprake van combinaties van agressieproblematiek met een alcoholprobleem, van onverwerkt verdriet in combinatie met een onderliggend psychische problematiek.

-          Werkvloerproject:  nog niet opgestart.

2010

Werkstraf-en dienstverleningsproject: 112 behandelde dossiers goed voor een totaal van 6.942 uur.  Dit is 150 uur minder dan 2009, oorzaak is dat in 2010 het gemiddeld aantal uur dat werd opgelegd veel minder bedroeg dan in 2009 en bovendien meer dossiers werden stopgezet.  Een gemiddelde werkstraf duurde in 2010 103,62 uur, in 2009 was dat nog 147 uur.  Het hoogst aantal opgelegde uren voor een werkstraf bedroeg 200 uur in 2010, in 2009 was dit n og het dubbele.  In 2010 waren er 16 vrouwelijke werkgestraften (3 meer dan in 2009).  De vrouwen kregen samen 1100 uur werkstraf opgelegd, een gemiddelde van 110 uur.  In vergelijking met 2009 is dit een stijging met 10 uur.  De mannen (96 in totaal) kregen 5.221 uur werkstraf opgelegd een gemiddelde van 102 uur (daling met meer dan 50 uur in vergelijking met 2009).  Succesfactoren in 2010= uitbreiding naar randgemeenten Bredene, Gistel, Oudenburg , Middelkerke en De Haan (naar werkplaatsen toe) en de goeie en vlotte samwerking met het Justitiehuis Brugge.

-          In 2010 kreeg het vormingsproject, naast de persoonlijkheidsvorming en de sociale vaardigheidstraining, een betere doorstroming naar de module intrafamiliaal geweld.  In het algemeen zagen we het aantal dossiers stijgen van 34 in 2009 naar 55 in 2010.  De deelnemers kregen 20 uur groepsvorming al dan niet aangevuld met 10 uur individuele vorming.  Het te behalen aantal uur (norm=200 uur) werd ruim overschreden (667 uur).

-          Het werkvloerproject: in 2010 ging dit project van start.  In 2010 waren er 31 dossiers met in 2010 1.741 gepresteerde uren werkstraf. 

2011:

-          Vormingsproject: aantal dossiers=54.  Aantal gepresteerde uren = 507.In 2011 werden de individuele vormingen, omwille van de grote werkdruk, zoveel mogelijk beperkt.  Er was een stijging in de doorverwijzing met groepsvorming en aanvullende individuele modules.  Dat maakte dat de cursisten enerzijds wat langer in de vorming blijven, anderzijds dat daardoor meer bereikt kan worden op vlak van bijsturing.  Door deze combinatie was het mogelijk diepgaander vorming aan te bieden en kreeg de cursist de kans om blijvende verandering te verwezenlijken.  In de module Intrafamiliaal geweld steeg het aantal doorverwijzingen.

-          Werkvloerproject: aantal dossiers=32.  Aantal gepresteerde uren=2071.In 2011 kende het werkvloerproject een verdere positieve evolutie.

-          Werkstraf-en dienstverleningsproject: 106 dossier werden behandeld, een daling met 6 dossiers in vergelijking met 2010.  Het aantal opgelegde uren in 2011 bedroeg 7937 uur, een stijging tegenover 2010.  Het gemiddeld aantal opgelegde uren werkstraf bedroeg in 2011 105 uur.  Een lichte stijging tegenover 2010 vooral te wijten aan de sterke stijging van het gemiddeld aantal uren werkstraf voor de vrouwen: bedraagt in 2011  136 uur per dossier.  In 2011 waren er 14 vrouwelijke werkgestraften, 2 minder dan 2010.  De gemiddelde leeftijd bij de vrouwen was 33,5 jaar, bij de mannen 31 jaar.  Opvallend is dat verslavingsproblematiek terug één van de redenen is waarom een dossier niet opgestart raakt. 

In alle projecten kunnen dossiers , om diverse redenen(ziekte , niet naleven van de afspraken,>…)niet opgestart worden of vroegtijdig beëindigd worden.  Wanneer het fout loopt kan een dossier terug overgemaakt worden aan de probatiecommissie.  Deze probatiecommissie bestaat uit een rechter, een psycholoog en een advocaat.  Deze kan beslissen de maatregel te herroepen of de persoon in kwestie een tweede kans te geven.

In alle projecten wordt eerst een intake-gesprek gehouden met de cliënt.

18:57 Gepost door stoeten ostendenoare | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.