11-10-12

De enige realistische verantwoordelijke manier om kinderopvang te plannen

Ondanks de nood, erkent iedereen dat er een tekort aan kinderopvang is.

 

 

 

Iedereen gaat ook akkoord dat er voldoende kinderopvang moet zijn (zowel uit economische, educatieve als sociale overwegingen). Vraag is: hoeveel is voldoende?

 

 

 

 

Eerst was er de zogenaamde Barcelona-norm  Dat betekent dat er voor ten minste 33% van de kinderen onder de 3 jaar er een kinderopvangplaats moet zijn. In de geest van het nieuw decreet kinderopvang mikt de Vlaamse overheid op minstens 50 % tegen 2016 en vanaf 2020 moet er een aanbod zijn voor alle gezinnen met een behoefte aan kinderopvang

 

 

 

 

Maar niet iedereen die kinderen heeft, heeft een ‘behoefte’ aan kinderopvang. Hoe kan dit dan vertaald worden in cijfers en concrete doelstellingen? De Vlaamse overheid liet daartoe een nieuw planningsinstrument voor de voorschoolse kinderopvang ontwikkelen Dit planningsinstrument heeft het over 62,5 %. Eenmaal dit percentage bereikt, zouden alle gezinnen die kinderopvang vragen, dit ook kunnen krijgen. Nu stelt een ander onderzoeksbureau, met name WES, dat het niet om 62,5 % gaat, maar wel om 65 %.

 

 

 

 

Ramingen en cijfers zijn functioneel i.f.v. concrete doelstellingen uitzetten en dat is belangrijk maar blijven uiteindelijk wat ze zijn, nl. ramingen. Maatschappelijke tendensen en evoluties kunnen daar een ingrijpende invloed op hebben. Zo is het aanbod aan gezinsvriendelijke maatregelen in het arbeidscircuit mee bepalend voor die nood. Minder mogelijkheden om arbeid en gezin te combineren (zonder al te veel inkomensverlies), betekent meer vraag. Zo speelt bijvoorbeeld de verschuiving van de rol van grootouders die voor de kleinkinderen zorgen naar actieve senioren met een drukke agenda ook een rol. Naast de veelgenoemde grijze druk (meer senioren) is er nu ook sprake van een groene druk (meer geboortes). Enzovoort.

 

 

 

 

Oostende heeft er in ieder geval al werk van gemaakt!

 

 

 

Zowel in de afgelopen periode (met een stijging van het aantal plaatsen met 37 % waarbij de stedelijke inbreng verantwoordelijk is voor 33 %) als in de komende periode met onder meer het plan “Kansen voor kinderen” waar het belang van kinderopvang wordt onderstreept, de inspanningen m.b.t. uitbreiding van het aantal opvangplaatsen worden beschreven en waar er tenslotte een concreet toekomstperspectief wordt geboden: nood aan meer plaatsen maar ook aan meer laagdrempeligheid.

 

 

 

 

In harde cijfers betekent dit dat met het huidig aanbod van 578 plaatsen er nog 86 bijkomende plaatsen nodig zijn. Deze stellingname is gebaseerd op de formele 62,5 % en houdt rekening met het feit dat één opvangplaats ingenomen wordt door meer dan één kind  Niet ieder kind komt immers iedere dag heel de dag. Volgens het nieuwe percentage (65 %) zou dit 112,5 plaatsen extra betekenen.

 

 

 

 

De Stad is daarvoor klaar; er staan trouwens al verschillende projecten in de stellingen:

 

 

 

-          bouw van een kinderdagverblijf met 28 plaatsen en ook de huisvesting van de buitenschoolse kinderopvang ‘De Sloeber’ (42 plaatsen) in de vroegere Vercaemerschool in Mariakerke

 

 

 

-          combinatie van dienstencentrum en kinderopvang in de Vuurtorenwijk, recent ontving de Stad daar de goedkeuring voor 10 extra plaatsen

 

 

 

-          uitbouw van kinderdagverblijf in de oude kantoren van de Gelukkige Haard aan de Seringenstraat (in de wijk de Nieuwe Stad)

 

 

 

-          herlocalisatie van de Driewieler met de nodige uitbreidingsmogelijkheden

 

 

 

-          gerichte campagne om kandidaat-onthaalouders warm te maken om zich te engageren in de wijken Centrum en Westerkwartier.

 

 

 

En het zijn inderdaad de steden die kinderopvang moeten regisseren en stimulerende maatregelen kunnen nemen, maar de steden zijn op hun beurt dan weer afhankelijk van de middelen die al dan niet vrij gemaakt worden vanuit de Vlaamse overheid om die ook om te zetten in effectieve acties. De Stad pleit dan ook voor voldoende middelen en voldoende vrijheid om die in te vullen volgens de eigenheid van Oostende.

 

 

 

 

Want ‘voldoende kinderopvang’ is niet alleen een verhaal van méér maar daarnaast ook van ànders: laagdrempelig, flexibel en aangepast aan specifieke situaties van (al dan niet alleenstaande) ouders (vb. nachtwerk, shifts, pendelen, enz.) om zo in te kunnen spelen op specifieke noden van een snel evoluerende maatschappij en specifieke gezinsituaties.

 

15:01 Gepost door stoeten ostendenoare in Actualiteit | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

Commentaren

De nadruk op crèches is prijzenswaardig. Daar zijn professionele mensen die met kinderen kunnen omgaan, zoals het hoort. Onthaalouders zijn m.i. zoveel mogelijk te mijden, gezien dikwijls een verkeerde sentimentele instelling: het woord "onthaalouder" klinkt me niet wijs in de oren, zij zijn geen "ouders", "moeder" of "vader".

Gepost door: Eric Rosseel | 22-10-12

Eric, het woord is misschien niet de juiste . Maar het team onthaalouders in Oostende zijn goed opgeleid en begeleid door een heuse dienst met verschillende mensen met een hoger pedagogisch diploma.

Gepost door: Vanessa VENS | 22-10-12

Was niet bedoeld als kritiek op Oostendse situatie, Vanessa. De geesten zijn zonder twijfel wat geëvolueerd maar nog niet zo lang geleden, zo meen ik te mogen stellen, waren er wel wat landelijke CD&V-gemeenten, ook in West-Vlaanderen en zelfs in kustgemeenten, die resoluut weigerden crèches in te richten en uitsluitend kozen voor individuele onthaalouders. Ik vermoed dat je dat nog beter zal weten dan ik. Ze wisten goed waarom ze die optie namen. Maar goed. Als ik ergens een stuk tot het einde lees, kan ik het niet laten daar een kleine vingerafdruk te plaatsen. Honi soit qui mal y pense! :-)

Gepost door: Eric Rosseel | 22-10-12

Op gevaar af U van uw bezigheden af te houden (waar ik in deze miezerige dagen soelaas moet vinden met het ambeteren van anderen): het cruciale onderscheid tussen crèches en onthaalouders die 1 of 2 kinderen voor hun hoede nemen,is dat in "crèches" en aanverwanten, de kinderen intens contact hebben met leeftijdsgenootjes van diverse aard. Alle studies wijzen erop dat crèchekinderen flink vooruit zijn qua sociale vaardigheden (taal- en communicatie, inleving in anderen, mondigheid, conflicthantering,...) en algemene intelligentie. De rol van leeftijdsgenootjes, van broertje en zusje, in de ontwikkeling van het kind wordt nog altijd danig onderschat vs. de verticale "gezags"relatie met de ouders. Uiteraard vergt dit investeringen, die pas een generatie later "terugverdien"-effecten oplevert. Een stad kan op zichzelf die investeringen niet volledig leveren, zonder een duidelijk beleidskeuze en een dagelijke ondersteuning op het niveau van het Vlaamse gewest. Daarom dat het ministerie Gezondheid, Welzijn & Gezin dringend eens uit CD&V-handen moet. Maar we hebben in het verleden gezien hoe het Mieke Vogels als minister op deze post (Vogels die o.a. het concept van het Sociaal Huis vs. het OCMW lanceerde) is vergaan.
Sorry, dat ik nu nog eens ambeteer. Want vermoedelijk weet U dat allemaal evenzeer als ik, die jandorie nog niets eigen kinderen heeft. Een fijne dag.

Gepost door: Eric Rosseel | 23-10-12

j'apprecie votre site internet et je me permet de mettre un lien vers le mien . n hesitez pas a visiter !

Gepost door: plombier paris | 21-02-15

De commentaren zijn gesloten.